Informatie over:
PADI Scuba Diver; buitenduik 1 en 2
Tijdens de buitenduiken doet de instructeur de skills niet meer voor maar geeft jou dmv een handsignaal de opdracht een skill uit te voeren, zie dat als een constant examen.
Uitvoeringsvereisten buitenduik 1 Aan de oppervlakte: 1. Uitrusting aantrekken en afstellen. 2. Buddycheck uitvoeren. 3. Uitloden. Onder water: 4. Beheerst afdalen met referentie, waarbij gebruik wordt gemaakt van een afdaallijn of aflopende bodem, tot een diepte van maximaal 12 meter/40 voet. 5. De duikstek verkennen.
flexibel in te plannen duikvaardigheden: – Snorkel verwisselen voor automaat – Slepen van vermoeide duiker – Kramp verwijderen
Uitvoeringsvereisten duik 2 Aan de oppervlakte: 1. Duik plannen met duikcomputer of RDP. 2. Uitrusting aantrekken en afstellen. 3. Buddycheck uitvoeren. 4. Uitloden. 5. Zorgen voor drijfvermogen door het gewichtsysteem met de snelsluiting af te doen.
Onder water: 6. Afdalen, ter controle en referentie gebruik makend van afdaallijn of aflopende bodem, tot een diepte van maximaal 12 meter/40 voet. Gebruik de vijfstappenmethode. 7. Neutraal uittrimmen door met de lagedrukinflator de hoeveelheid lucht in trimvest (of droogpak) aan te passen. 8. Een gedeeltelijk volgelopen masker leegblazen. 9. Een volledig volgelopen masker leegblazen. 10. De ademautomaat op diepte terugplaatsen en leegblazen. 11. Beide rollen uitvoeren: In een stationaire positie (op dezelfde plek blijven) geeft de een het teken “geen lucht meer” en “lucht delen,” en houdt de door de ander gegeven alternatieve luchtvoorziening vast en ademt erdoor; de andere duiker geeft de luchtvoorziening. 12. Correct opstijgen met een alternatieve luchtvoorziening en aan de oppervlakte voor een positief drijfvermogen zorgen. De rol van donor óf ontvanger spelen. 13. De duikstek verkennen. 14. Opstijgen, niet sneller dan 18 meter/60 voet per minuut en contact houden met buddy. Gebruik de vijfstappenmethode.